View this article in English | bilingual

Du Fu

Du Fu zegt over zichzelf dat hij een wonderkind was, dat hij gedichten schreef toen hij zeven of acht jaar oud was. Als hij ouder dan veertig is wordt hij een groot dichter. Waarover hij kan denken kan hij schrijven.

Een kind vraagt of iets belangrijk genoeg is om over na te denken.
Is dit een excuus om iets anders niet te hoeven doen?
De andere kinderen zijn al aan het werk.
Lezen kost tijd, net als om je heen kijken.
Elk woord dat Du Fu gebruikt heeft hij ergens gelezen.
Hij herinnert zich de betekenis van een woord zoals hij weet waar hij over schrijft.
De woorden alsof het de woorden zijn van waar hij over schrijft.
In de volgorde waarin iemand ze zou uitspreken
als hij alle woorden van het gedicht tegelijk gekregen had.

© Nachoem Wijnberg